voor als het weer weer terugkomt
het mooie weer, bedoel ik en hoor dan mijn zomer-2009-top-tip-hit-band!
begin bij nummertje drie en dan vijf.
hooray voor NZ…
het mooie weer, bedoel ik en hoor dan mijn zomer-2009-top-tip-hit-band!
begin bij nummertje drie en dan vijf.
hooray voor NZ…
óf tien tips voor een fijne huwelijksdag…
zaterdag is my babybrother getrouwd, wat een feest!
niet geheel zonder reden dacht ik gisteren tijdens het wieden aan “roeping gemist“.
u weet wel, die site die ik maakte en waar om úw roeping gevraagd werd?
gerdien riep zojuist.
doe er uw voordeel mee!
- ik huw hier een vent.
ik stel dan ook voor dat ze zich vanaf heden gaan laten zien, potdorie!
[eerder, snood plan 1]
we gingen dus een pintje pakken, om te vieren dat het hier eindelijk als lente aanvoelt én omdat het woensdag was. toen we vertrokken zei ik nog dat we best konden lopen. maar neen, dear stubborn shelley zwaaide met haar sleutels en startte de auto.
de kroeg was gezellig – zeker goed voor een volgende keer want zo ontzettend op loopafstand van ons huis – en na twee ciders besloten we nog wat lekkers te gaan halen. de supermarkt is ook dichtbij en nadat ik een man hielp om de sojasaus te vinden, kwam hij me op de parkeerplaats een bloemetje brengen.
so far so good.
er stond helemaal niets in de weg om dit een hele fijne woensdagavond te laten zijn.
weer in de auto namen we de verkeersregels nog eens door. stop betekent stop en afslaande auto’s die de grootste bocht moeten maken hebben altijd voorrang. zo verder keuvelend reden we op ons huisje aan.
totdat.
ik.
de politiefuik.
zag.
op slechts op twintig meter afstand van onze oprit, ons veilige fijne huis.
dus zei ík f*ck, f*ck, f*ck en gooide shélley resoluut haar stuur om, sjeesde de parkeerplaats in een parkje langs de weg op, siste “pak de spullen” en rende de auto uit, het park in. het zou stom zijn om te blijven zitten, dus deed ik dat ook. we botsten, zij rende verder, viel hard en ondertussen hoorden we een auto met hoge snelheid in zijn achteruit naar ons toe racen.
ik zei weer f*ck, f*ck, f*ck en rende verder de bosjes in. weer iets later zag ik lichtbundels van zaklantaarns. zo stil als mogelijk frutste ik mijn mobiele telefoon uit mijn tas – is het niet een klassiek geval om gepakt te worden doordat díe afgaat – en zette het geluid uit. zo zat ik daar voor mijn gevoel minstens een uur en dacht wel duizend keer dat ik dit niet wilde, minstens zoveel schietgebedjes murmelend.
enfin.
na een minuut of tien trilde de feun en las ik dat shelley veilig thuis was. ik graaide mijn boodschappen bij elkaar, sloop zachtjes het park door, omzeilde de fuik en rende met trillende benen onze oprit op.
epiloog:
een avond later zaten shelley en ik bij de eerste hulp van het ziekenhuis. haar erg dikke blauwe pink bleek op twee plaatsen gebroken.
[tot nu toe dan, hé...]
[eerdere tegeltekst van de dag [1]
iemand op dit wereld wijde web schreef eergisteren [?] een logje over een hartverwarmend en dus broodnodig muziekje. helaas weet ik niet meer waar ik het las en kan ik de dame in kwestie niet bedanken.
wél kan ik u blij maken met the pirate’s gospel van alela diane.
[audio:http://www.prutsmutsprutst.nl/wblg_mp3/mp3/aleladianethepiratesgospel.mp3]
clickity clack staat met stip op twee.
[audio:http://www.prutsmutsprutst.nl/wblg_mp3/mp3/aleladianeclickityclack.mp3]
als ik ú was zou ik op zoek gaan naar de rest van de plaat.