de jomanda in mij
voorspelt dat halverwege de dag nederland bedolven is onder één grote kletsnatte oranje deken van rotzooi.
sorry.
ik hoop dat ze niet thuis is.
voorspelt dat halverwege de dag nederland bedolven is onder één grote kletsnatte oranje deken van rotzooi.
sorry.
ik hoop dat ze niet thuis is.
[klik-ker-die-klik]
voor de laatste keer: het uitzicht van kamer 5.49a, in een zeker gebouw aan de regulusweg in een zekere stad. acht maanden min nog wat keek ik van vijf hoog de stad over.
ondanks dat ik alleen maar zou willen zeggen [roepen, gillen, schreeuwen] “adios, tot niet meer ziens” ben ik toch een beetje sentimental. m’n fijne collega ga ik zeker missen, maar waarschijnlijk zit ‘t ‘m meer in alles wat voor me ligt: de grote vrijheid en het onbekende. wederom ben ik op weg naar een grote trip, india [6 weken] en daarna new zealand [6 maanden].
ik zeg: poehee en hallelujah.
leek ik afgelopen dinsdag nog op een wandelend pak yoghurt, loop ik vandaag een roodgekleurd befje op.
wederom proost ik op het weekend, de komende twee laatste werkdagen, mejoffer hondius die morgen niet 42 jaar wordt, het weekendliefje dat aanstaande is en bovenal de zon.
ps.
bef·je (het; beffen)
1 om de hals bevestigde, over de borst neerhangende al of niet geplooide witte doek of strook, vooral zoals geestelijken, rechters en advocaten in ambtsgewaad dragen
2 lichte plek op de keel of borst van sommige dieren en mensen
ik had gedoucht en hoopte dat mét het water de lichte kater in het putje verdwenen was.
de badkamer piepte.
ieks, ik hoorde de badkamer piepen.
raar, badkamers piepen niet, dacht ik en concludeerde dat de putjesactie niet gelukt was.
ik smeerde hier en daar wat crèmepjes, borstelde mijn haar en hoorde weer piep. pakte een schone slipje uit de studeer- annex waskamer, trok een t-shirt aan en zag de bezoeker.
[als altijd, klik-ker-die-klik]
schreef ik me daar een fijn stukje over donderdagen [jippie], de laatste loodjes [jippie], vrijheid [jippie], tripjes [jippie], fijne muziekjes [jippie] en de liefde [jippie], werd het niet opgeslagen.
nou, dan niet.
[audio:http://www.prutsmutsprutst.nl/wblg_mp3/mp3/csnyaboveyou.mp3]
[hup voor donderdagen, de laatste loodjes, vrijheid, tripjes, fijne muziekjes en de liefde]
dat voel ik heus wel.
maar ik geloof niet dat iemand zit te wachten op mijn eerste-blote-benen-rokje. sterker nog, zelfs bij het blootarms genieten in de zon, zie ik mensen snel hun zonnebril opzetten.
ps, later: de column in de krant bevatte niet het stuk dat wél online stond. en dan bedoel ik dat gedeelte dat de minder mooie benen, dan wel de hele witte, beschrijft. anders had ik bovenstaande nooit geschreven, heus niet.
dat krijg je als je met je driejarig neefje een bezoekje brengt aan naturalis. dieren die geen eieren leggen zijn namelijk zuigdieren en mensen leggen geen eieren.
tel uit je winst.
op de kinderboerderij bleken poep en pies geliefde items zodat we ’s avonds pizza met geitenpoep, yoghurt met kippenplas en chippies met koeienpoep aten. dat was allemaal reuze leuk en vooral een gra-a-a-a-apje.
bij het afscheid vanavond keek ie me ernstig aan “dus je hebt geen poes en geen man en ook geen kinderen?” toen ik zei dat ik dan wel heel zielig moest zijn sloeg ie twee armpjes om me heen en kreeg ik de langste afscheidszoen ooit.
wat een scheetje.
het was leuk vanavond.
eerst een etentje met een aantal voormalige en toekomstige ex-collega’s. hier en daar iets prematuur, dat dan weer wel. daarna de trein en op haarlem aangekomen: muziek op het station.
zin om te dansen.
ik zag het bankje waar het weekendliefje en ik elkaar ontmoetten. binnen de vloer. en ik kon het niet laten. voor nop mocht ik naar binnen en ik danste, met gesloten ogen.
weekendliefje [die dit niet leest, toch...] voor jou:
[audio:http://www.prutsmutsprutst.nl/wblg_mp3/mp3/thewhitestboyaliveaboveyou.mp3]